btn_tr_txt
 

verstand van kunst

 

Sommige taaluitingen worden literatuur genoemd. Er is theater dat als kunst wordt beschouwd en muziek met een vergelijkbaar aanzien. Beeldende kunst was tot 1900 voornamelijk het werk van tekenaars, schilders en beeldhouwers. Sindsdien wordt er van alles en nog wat benut om beelden mee te maken. Het loopt uiteen van een onopgemaakt bed tot een t.l. balk en van een stukje museumvloer dat extra geboend is tot een ontruimd vertrek in een galerie. Hoe is duidelijk dat het hierbij om kunst gaat?

Voor deze vraag zag de filosoof Arthur Danto zich gesteld toen hij in 1964 een expositie bezocht waar Andy Warhol een aantal namaak-zeepdozen liet zien. Of dit soort werk kunst was moest volgens Danto in de eerste plaats uitgemaakt worden door de mensen die daar verstand van hebben.* Immers, anders dan vroeger, was kunst nu meer een aanleiding geworden om na te denken over kunst dan om er van te genieten. Danto bracht dit in verband met het denkbeeld van de filosoof Hegel dat de geschiedenis van de mens de verwerkelijking van de geest inhield. De kunst, zegt Danto, eindigt met de komst van zijn eigen filosofie.

Het is geruststellend om te weten dat men zich op een theoretisch niveau bekommert om de vraag wat kunst is. Hoe relevant dit denken over kunst voor de praktijk is valt nog te bezien. Jaarlijks zijn honderdduizenden mensen op pad om op een of andere manier iets te beleven met kunstwerken. Dankzij de invloed van ondernemers als Saatchi, speculatieve beleggers en de publieksmedia zijn talloze nieuwe kunst-sterren aan het firmament verschenen. Het voortbestaan van grote tentoonstellingen en musea is sterk afhankelijk van het publiek. In de jaren tachtig was de kunstwereld het intellectualisme beu. De curatoren van de Whitney Biënnale vonden in 1989 dat; " We nu in een situatie zitten waar rijkdom de enige aanvaarde beoordelaar is van waarde."*

Aanhangers van een egalitaire samenlevingsvorm vinden het onderscheid tussen academische en populaire kunst onverteerbaar*. Hier of daar zijn er critici die terugverlangen naar de kunst van weleer omdat zij de hedendaagse kunst te ontoegankelijk vinden voor de gewone man. Zij vergelijken de 'officiële' kunst van het Westen met de voorgeschreven kunst in centraal-geleide staten hoewel in onze democratieën niemand een strobreed in de weg wordt gelegd als hij zijn eigen voorkeur volgt. De hoeveelheid reproducties van zijn zeefdrukken bewijzen ondertussen dat Andy Warhol tot de bekendste kunst-sterren van deze tijd behoort en collega's als Damien Hirst of Jeff Koons kan ook niet worden verweten dat zij aan een hermetisch oeuvre werken.

"Kunst is een snijpunt van vele menselijke behoeftes", merkte de beeldhouwer Carl André ooit op. De geleerde interpretatie is er daar slechts een van.

*Arthur C. Danto, ' De komedie van de overeenkomsten'.

*Olav Velthuis, 'Imaginaire economie'. pg 86.

*Matthew Collins;

"When I’m being extreme, I’m capable of thinking that frankly the whole art scene is made up of a bunch of idiots. And I have no desire to get millions of ordinary people to queue up to look at that stuff. Why should they? It’s got nothing much to do with them. To suddenly expect it to be popular is asking the impossible. There really is very little in it for a mass audience and I think this mass audience it’s suddenly now got, knows that really. And they’re not really interested; they’re just along for the ride, for the nonsense. The mandarin people in charge of the Turner Prize, and the media people at Channel 4, and middle-class people who run the art columns on the broadsheets, all assume ordinary people must have this stuff explained to them -- but the motivations for doing that are completely bullshit."

 

Rotterdam, 2014, JH